Interview met mediasocioloog prof.dr. Jan van Dijk. Eerder verschenen in InCT Jaarboek 2011.
Jan van Dijk is mediasocioloog en hoogleraar aan de Universiteit van Twente. Hij schreef onder meer De netwerkmaatschappij – sociale aspecten van nieuwe media en De digitale kloof wordt dieper. Zoals de titel van laatstgenoemd boek aangeeft, vindt Jan van Dijk dat digitalisering niet zonder meer iedereen gelijke kansen te bieden heeft. Met name de digitale kloof tussen hoger en lager opgeleiden wordt almaar dieper. Deze groepen komen uiteindelijk terecht in verschillende businessmodellen, met gevolgen voor de kwaliteit van de informatie die hun daar wordt aangeboden.
Vorig jaar signaleerde u in dagblad De Pers het bestaan van digitale drop-outs, communicatiepuristen, mensen die hun smartphone wegdoen. Er zou sprake zijn van ontdigitalisering.
‘Van ontdigitalisering is zeker geen sprake. Dat was de interpretatie van de journalist. Er is juist steeds meer digitalisering. Maar voor een kleine minderheid van mensen begint het te veel te worden en die haken af. Die kun je drop-outs noemen. Dat zijn mensen die de belasting van de smartphone en andere devices niet langer aan kunnen. Ze willen niet voortdurend gestoord worden. Ze willen niet voortdurend hun e-mail hoeven checken. Hun oplossing is: we doen de smartphone weg en nemen een eenvoudige telefoon om mee te kunnen bellen.’
Is het een serieuze ontwikkeling? Om hoeveel mensen gaat het en wat voor mensen zijn het?
‘Hoeveel het er zijn weten we niet. De industrie heeft er geen belang bij om er onderzoek naar te laten doen. Maar wij wetenschappers weten dat ze er wel zijn. Het zijn allerlei soorten mensen, qua opleiding, leeftijd, inkomen. Er zitten ook topmanagers tussen. Die worden weliswaar afgeschermd door hun secretaresse, maar dan nog voelen ze zich zo belast door hun digitale devices dat ze zich opgebruikt voelen, burned-out. Er zijn geen cijfers over aantallen. Onderzoek van vijf à tien jaar geleden heeft wel laten zien dat ongeveer tien procent van de mensen die internet gaan gebruiken er ook weer mee stopt. Dat percentage zal nu wel lager liggen. Het is trouwens voor iedereen aan te raden om de grenzen van het gebruik van digitale media beter in de gaten te houden, want het kan snel uit de hand lopen. In de VS zijn er honderdduizend mensen die drie keer per nacht opstaan om hun mail te checken. Ik hoef niet te zeggen dat dit slecht voor de gezondheid is.’
Verslaving ligt dus voortdurend op de loer…
‘Als je niet meer zonder kunt en als je het als een gemis ervaart wanneer je even niet connected bent, dan ben je verslaafd. Dat geldt niet alleen voor games, waarvan de verslavende werking bekend is, maar ook voor sociale media. Er zijn tieners die ’s ochtends vóór het ontbijt eerst hun Hyves of Facebook checken en dagelijks urenlang online zijn. Hun smartphone of computer afnemen is voor hen hetzelfde als hun leven afnemen. Bij zulk dwangmatig gebruik van media is er zonder meer sprake van verslaving. Met alle gevolgen van dien: ze bewegen en sporten minder, en andere vormen van menselijk contact lijden eronder. De Amerikaanse onderzoeker Sherry Turkel schrijft in haar boek Together alone dat jongeren hun smartphone al meer gebruiken om te “texten” dan om te bellen. Bellen vinden ze te confronterend.’
Converseren via sociale media is veiliger?
‘Bellen gaat gepaard met subtiele intonatie, die moet je leren beheersen. Zwijgen, stopwoordjes gebruiken, verschillende toonhoogtes… Er zijn allerlei subtiele signalen mogelijk. Voor een medium als Twitter heb je die vaardigheden niet nodig, want ze werken daar niet. Daarom zijn gesprekken op Twitter geen echte gesprekken. De twitteraar is vooral bezig met “emotionele expressie”, met zenden, zonder dat er rekening met de ontvangers wordt gehouden. De expressie is belangrijker dan de inhoud. Maar dat hoeft niet te verbazen. Mijn studenten houd ik altijd voor dat ergernis over zinloze telefoongesprekken in de trein niet op zijn plaats is, want communicatie tussen mensen is altijd voor 95% geklets. De functie van zo’n telefoongesprek is van sociale aard, het is een manier waarop mensen een band met elkaar scheppen. Maar via Twitter kun je zo’n band met anderen niet tot stand brengen, hoezeer het ook een vorm van social media is. Het is grotendeels eenrichtingsverkeer. De meeste tweets worden niet eens gelezen.’
Hoe snel gaat de digitalisering van de media en hoe revolutionair zijn de ontwikkelingen?
‘Het hangt ervan af wat je met digitalisering precies bedoelt. Digitalisering van analoge media kan leiden tot meer snelheid, hogere kwaliteit, het gebruik van multimedia, maar vaak blijven de effecten van digitalisering beperkt. Een voorbeeld: de helft van de televisies is tegenwoordig digitaal, maar we doen er nog ongeveer hetzelfde mee als met de analoge televisie. Voor de ditigitale telefoon geldt hetzelfde: de essentie ervan – het gebruik van spraak – is sinds de uitvinding van de telefoon onveranderd, hoewel met de smartphone ook vermenging van toepassingen plaatsvindt. De online-krant is in veel gevallen nog steeds een ouderwetse krant. Zoveel is er dus niet veranderd. Ik behoor dan ook tot degenen die digitalisering niet als een revolutie beschouwen maar als evolutie. Zij die zeggen “het is nog nooit zo snel gegaan als nu” hebben ongelijk. Het is gewoon niet waar. De uitvindingen van honderd tot honderdvijftig jaar geleden – fotografie, film, geluidsopname, telefonie, de auto, radio, televisie – hadden een veel grotere impact dan de huidige technologisering en digitalisering. Onze wereld is minder veranderd ten opzichte van die van 1900 dan de wereld van 1900 vergeleken met die van 1800. In de basis is onze samenleving hetzelfde gebleven. We leven in een kapitalistische economie, de sociale structuren, de man-vrouwverhouding en de relaties tussen mensen zijn niet wezenlijk anders dan rond 1900. De netwerken waarin we leven zijn wel individualistischer van aard. Technologie en digitalisering versterken die sociale ontwikkeling maar gooien de boel niet om. Technologie is een “trend amplifier”. Sociale media versterken de individualisering van de samenleving, ook al heten ze supersociaal te zijn.’
De Wit-Russische denker Evgeny Morozow schetst een inktzwart beeld van de digitale maatschappij. Hij ontwaart een digitale kloof tussen een elite die internet gebruikt als bibliotheek en filmhuis en een ‘cyberlumpenproletariaat’ van ‘mensen die worden meegezogen in de digitale windhoos van roddelsites, waardeloze videospellen, populistische en xenofobe blogs en voortdurend gevlooi op sociale netwerksites’, zoals onlangs in de Volkskrant te lezen was.
‘Morozov heeft wel gelijk. Die digitale kloof bestaat en wordt groter. We zien het ook bij de tests die we in ons laboratorium doen, waarbij we proefpersonen internetopdrachten geven die ze binnen een bepaalde tijd moeten uitvoeren. Daaruit komt naar voren dat de vaardigheden van de deelnemers meer uiteenlopen dan men denkt, en op een onverwachte manier. Mocht je bijvoorbeeld denken dat jongeren vaardiger met digitale media zijn dan ouderen: no way. Wat we vaardigheid plegen te noemen, is in feite knoppenkennis van technische aard. Jongeren zijn behendiger in het bedienen van de knoppen, maar dat maakt ze nog niet tot betere mediagebruikers. Ouderen zijn over het algemeen beter in strategische vaardigheden en informatievaardigheden, en dat komt doordat ze meer levenswijsheid hebben, meer kennis en een groter kritisch vermogen. Ouderen gaan bedachtzamer te werk bij het aanklikken van knoppen. Jongeren doen dat sneller, maar dat komt doordat ze hebben leren denken in een menustructuur. Ze bewegen zich moeiteloos binnen de aangeboden navigatiestructuur, maar hebben vaak niet in de gaten dat ze geleid en zelfs gemanipuleerd worden. Snelheid is overigens niet zo bevorderlijk voor het verwerken van inhoud.’
De gemakkelijke toegang tot internet leidt toch wel tot meer democratie? Iedereen kan immers zijn zegje doen en informatie verspreidt zich sneller.
‘Internet leidt zeker niet automatisch tot meer democratie. Er is geen sprake van dat er nu Twitter- en Facebookrevoluties gaande zijn. Dat wordt wel veel beweerd, maar gelukkig zijn er nu ook andere geluiden te horen. Mensen die dat beweren denken vanuit het concept van “zenden”, van “expressie”. Maar: it is easy to speak, but difficult to be heard on the internet. Dat we allemaal toegang tot internet hebben om onze stem te laten horen, betekent nog niet dat we ook gehoord worden. De economische concentratie van internet is in feite groter dan in de analoge media. Alles is te krijgen, maar we conformeren ons massaal aan de tools van enkele bedrijven: Google, Facebook, Apple. We lezen allemaal dezelfde paar online-kranten. Enkele newspapers doen het op internet heel goed, maar de meeste leiden een onrendabel bestaan. Iedereen kan een blog beginnen, maar wordt dat blog ook gelezen? Er zijn enkele bloggers die een miljoenenpubliek bereiken, en daar wordt het vermeende democratisch gehalte van internet dan op gebaseerd. Maar er staan miljoenen bloggers zonder publiek tegenover. Hier geldt de longtail-gedachte van Chris Anderson: alles kan uitgezonden worden, voor elke mening is wel een plekje op internet. Maar de cruciale maatschappelijke vraag is: waar gaan de mensen werkelijk naartoe, naar wie luisteren ze? Je kunt wel uitzenden, maar iemand moet de boodschap wel (willen) lezen. Een andere bedenking is dat intermediairs nodig blijven om de kwaliteit van de boodschap te kunnen garanderen, en die intermediairs zijn op internet harder nodig dan ooit.’
Nou, er zijn deskundigen die anders zeggen: de sociale media zorgen zelf voor de kwaliteit, de groep corrigeert en brengt de kwaliteit aan.
‘Dat kan wel, maar alleen als je het proces goed organiseert, zoals bij Wikipedia het geval is. In andere situaties vergeet men vaak de invloed van groepsdynamica. De mensen met de grootste bek krijgen gelijk, maar hoeven het niet per se bij het rechte eind te hebben. Andrew Keen schrijft in de The Cult of the Amateur over een internet vol rotzooi gemaakt door amateurs en over de teloorgang van de autoriteit van professionals. Door zijn critici wordt hij wel weggezet als van de oude school. Maar dat is zo denigrerend. Als het al zo is, dan maakt het zijn argumenten nog niet minder valide en is het nog geen reden om zijn argumenten te diskwalificeren. Iedereen heeft op internet en overal elders hetzelfde recht op een mening of zienswijze, een professional niet meer dan een onbenul. Aan de ene kant is het goed om te zeggen: oké professional, bewijs maar eens wat je beweert. Aan de andere kant vind ik het raar dat amateurkennis evenveel waard zou worden als professionele kennis op een moment dat onze maatschappij steeds ingewikkelder wordt. Er is dus wel een verschil tussen de mening van een professional en die van de amateur. De professional heeft tenminste nog op het onderwerp gestudeerd.’
Uitgevers blijven als intermediairs dus belangrijk in de digitale ontwikkeling van de media…
‘Er is hoop voor uitgevers: er zal voor digitale informatie betaald worden, want kwaliteit overwint en daar heb je intermediairs voor nodig. Mijn vrees is wel dat groepen mensen in verschillende businessmodellen terecht zullen komen, waardoor er ongelijkheid in het gebruik van die kwaliteit kan optreden. Voor een uitgever maakt het niet uit of hij van heel veel kopers een klein beetje geld krijgt of van weinig kopers heel veel geld voor zijn informatieproducten. Dat is een kwestie van businessmodel. Maar als wetenschapper kijk ik niet vanuit een commercieel belang, maar vanuit een publiek belang. Mij gaat het om de toegang tot informatie. Uit recent onderzoek is gebleken dat in Nederland lager opgeleiden nu meer op internet zitten dan hoger opgeleiden. Nederland loopt hiermee voorop, want in de rest van de wereld is dat nog niet zo. Wat doen die mensen op internet? Ze gaan vooral naar entertainment, naar contacten op Hyves en dergelijke, en naar sites voor de koop of ruil van producten. Terwijl hoger opgeleiden eerder om zakelijke redenen of om studiedoeleinden op internet zitten. Er is sprake van een “usage gap” tussen hoger en lager opgeleiden. Niet iedereen beschikt over dezelfde noodzakelijke vaardigheden. Neem communicatievaardigheden. De meeste profielen op Facebook zijn waardeloos vanuit een oogpunt van communicatie. Mensen weten vaak niet wie ze zelf zijn en hebben geen idee wat in communicatief opzicht belangrijk is in een profiel. Dan ben je wel op internet, maar hoe ben je er? Wat die verschillende businessmodelen aangaat: hoger opgeleiden zullen eerder bereid zijn te betalen voor informatie omdat ze betere informatie nodig hebben. Lager opgeleiden zullen toevlucht nemen tot gratis bronnen, waarbij de uitgever via een advertentiemodel geldt verdient. Gratis bronnen hoeven overigens niet per se slecht te zijn, maar de kans daarop is wel groter. We moeten niet denken dat alle informatie even veel waard is of even beschikbaar. Er is verschil in kwaliteit en dat verschil heeft een prijs. Een voorbeeld. Veel mensen beleggen online op basis van gemakkelijk beschikbare, gratis beursinformatie. Maar de professionals die echt dicht bij de beurs opereren, geven heel veel geld uit aan peperdure abonnementen op waardevolle financiële informatiebronnen.’
Voor eBooks willen mensen veel minder betalen dan voor een papieren boek. Hooguit een paar euro…
‘Of je ergens voor wilt betalen is vooral een psychologische kwestie. Mensen zijn minder bereid om voor een eBook te betalen omdat het maar een bestand is. Mensen zijn toch hamsteraars. Ze willen wel betalen voor een fysiek product, een tastbaar boek, dat ze in de kast kunnen zetten. Maar los hiervan: ik heb al enorme moeite om mijn studenten überhaupt aan het lezen van een boek te krijgen. Daar schrijft Nicholas Carr over in The Shallows: door het gebruik van digitale media verliezen we het vermogen om lange teksten tot ons te nemen. Het concentratievermogen neemt af, we kunnen ons nog maar kort concentreren en raken de capaciteit kwijt om de diepte in te gaan. Jonge mensen kunnen wel associatief lezen om uit een bron dat te pakken wat ze nodig hebben, maar lineair lezen is een probleem. Het voordeel van een lineair betoog is dat de auteur de lezer kan meenemen en op die manier van zijn argumentatie kan overtuigen. Dan kun je wel zeggen: geef mij de abstract maar in plaats van het hele betoog, dan weet ik ook wat de auteur wil zeggen. Maar het is toch beter om de essentie, die abstract, zelf uit het betoog te halen en je eigen te maken, want de meeste mensen kunnen niet zoveel met vluchtige, gefragmenteerde, summiere informatie, alleen de superintelligenten kunnen dat. Maar ik ben niet tegen digitale informatie, hoor. Ik vind bijvoorbeeld de iPad heel aantrekkelijk. Die biedt uitgevers heel veel mogelijkheden om hoogstaande informatieproducten te ontwikkelen. En wat eBooks aangaat: ik ben momenteel bezig een bibliotheekje aan te leggen, want ik ga met sabbatical naar een ver land om een boek te schrijven en ik wil geen hutkoffer vol boeken meenemen.’
Weergaven: 36
Tags: JanvanDijk, digitalisering, drop-outs, mediasociologie, mediasocioloog, socialemedia
Welkom bij
Nederlands MediaNetwerk
Mediatechnologie ontwikkelt zich in razendsnel tempo.
Hoe spelen media exploitanten in op de veranderende nieuwsconsumptie van consumenten? Hoe gaan ze om met gratis en betaalde content en welke rol speelt de adverteerder in deze ontwikkeling?
We vroegen het een aantal gezichtsbepalende mensen bij TMG, SBS Broadcasting, NU.nl, NOS, De Nieuwe Pers en FD Mediagroep.
Steven Kraanen, directeur marketing bij TMG: "Alle merken van TMG worden voortdurend aangepast aan de veranderende omgeving. Daarbij wordt balans gezocht tussen... lees verder
Edwin Valent, creatief directeur bij SBS Broadcasting: "Door middel van onze unieke Full Media Format strategie spelen we in op het veranderde consumptiepatroon van onze gebruikers... lees verder
Wouter Bax, hoofdredacteur van NU.nl: "NU.nl kijkt voor alle redactionele beslissingen door de ogen van de bezoeker. De belangrijkste verandering in de nieuwsconsumptie zien wij in de spectaculaire stijging... lees verder
Lara Ankersmit, hoofd nieuwe media bij de NOS: "Wij zijn op zoveel mogelijk relevante platformen aanwezig met de NOS, op tv, radio, web, mobile en apps. Zo hebben wij vorig jaar... lees verder
Barbara Noordermeer, concept developer bij FD Mediagroep: "FD Mediagroep is een multimediale onderneming met een unieke combinatie van print, radio, online en events met als doel ondernemende mensen op elk gewenst moment van de... lees verder
Ben Rogmans, samen met Jan-Jaap Heij initiatiefnemer van DNP: "We hebben eindelijk de hard- en software om op scherm prettig te kunnen lezen, bladeren en kijken. En consumenten doen dat massaal. Onderweg op de smartphone, op kantoor op de desktop, 's avonds ... lees verder
Op 23 mei verschijnt de eerste Video in Magazine, een multimediale uitgave van het magazine Management Scope met een videopack van NS. Dit videopack is volledig in het blad geïntegreerd.
Elance, ’s werelds grootste platform voor online werk, presenteert vandaag zijn eerste annual impact report (AIR), een onderzoek uitgevoerd door het Amerikaanse onderzoeksbureau Imperative LLC dat de wereldwijde en sociaal-economische gevolgen...

TravelBird Nederland neemt per vandaag alle activiteiten over van BoekVandaag. Met deze overname verwacht TravelBird...

Altijd al willen helpen, zonder vast te zitten aan maandelijks doneren? WNF biedt uitkomst met SKIP SMS....

Op 24, 25 en 26 mei vindt de eerste editie van Poëziefestival De Nieuwe Liefde plaats in De Nieuwe Liefde en de...
Nieuwsbrief
Meld je aan voor de nieuwsbrief! Iedere dinsdag het nieuwste media nieuws, de scherpste communicatie columns en de beste vacatures in jouw inbox
Bestaande en nieuwe leden krijgen de nieuwsbrief automatisch toegestuurd (opt-out)
Klik hier voor de meest recente nieuwsbrief
Stuur ons uw persberichten!
Het Nederlands MediaNetwerk ontvangt graag uw - voor media- en communicatie professionals relevante - persberichten! Stuur ze naar
info@nederlandsmedianieuws.nl
Afzenders van persberichten ontvangen automatisch het wekelijkse online magazine Nederlands MediaNieuws
Door Marcel Hellemons, creative director bij Moxie Amsterdam. Ik heb er lang over nagedacht en ik zat er al een tijdje mee. Het is altijd een groot geheim
Geacht bestuur van de ADCN,
Ik schrijf u deze open brief naar aanleiding van het artikel in Adformatie nr. 10, waarin drie topcreatieven (Yacco Vijn, Diederick Hillenius en David Snellenberg)

Alsof er niets aan de hand is. De wielrenners fietsen gewoon door. Schoon of besmet, de karavaan trekt verder.
Momenteel is de Giro d’Italia, de op een na

Korte samenvatting van het voorafgaande: De Boekensalon organiseert in samenwerking met EDITIO, de eerste Creative Writing Academy in Nederland, een wedstrijd Schrijf de beste eerste zin van een verhaal.
Afgelopen donderdag besteedde NRC Handelsblad over de volledige pagina's 4 en 5 ruimschoots aandacht aan de terreurdreiging in Noord- en West-Afrika. Ze deed dat in twee
247 leden
200 leden
166 leden
163 leden
155 leden
118 leden
113 leden
113 leden
105 leden
94 leden
87 leden
84 leden
84 leden
75 leden
75 leden
74 leden
62 leden
45 leden
41 leden
39 leden
© 2013 Gemaakt door Bas Vlugt.
Je moet lid zijn van Nederlands MediaNetwerk om reacties te kunnen toevoegen!
Wordt lid van Nederlands MediaNetwerk